Overpeinzingen
De akker en ik
Vanuit de trein kijk ik naar de lichtgrijze lucht schuin boven me. Er zijn wolken in dier- en lettervormen en vanachter één van hen piept even een zonnestraal tevoorschijn. Zij creëert een lichtspel dat doet denken aan schilderijen uit de zeventiende eeuw, en verdwijnt dan even plotseling als ze kwam. Nederlandse luchten zijn het mooist. Over een klein half uur zal de trein stoppen op een station in het zuiden des lands. Maar ik stap uit ergens midden in het verlaten landschap.
Op mijn gemak wandel ik naar de rand van de uitgestrekte akker die ik straks vanuit de trein zag. Als een zee strekken overvloedige meters aan rulle grond zich uit, keurige voren incluis, de grond variërend van houtachtig leem tot zwaar donkerbruin. Ze is vlak en ik kan haar helemaal overzien, tot aan de rij bomen daar heel in de verte. Een akker, een baken van rust onder een bewolkte lucht. Diep snuif ik de geur van vochtige aarde op, en luister aandachtig. Er is slechts de aangenaam koele wind op een tijdloze plek. Maar verhalen zijn overal, en naarmate ik hier langer ben voert de wind geuren en gebeurtenissen mee uit een tijd van weleer, plant ze in mijn hoofd, en maakt zo enkele waardevolle nieuwe herinneringen aan iets dat ik niet ken, niet kan kennen, maar wel voel.
Mijn vingers graven in de grond en ik laat de aarde van de akker losjes door mijn vingers glijden. Dan sla ik haar op in mijn hoofd. Het is alles dat ik kan doen. Ik sla haar op, zorgvuldig, ergens in de buurt van het speelgoedmuseum en de ui-klank.
Vanuit de trein kijk ik naar de lichtgrijze lucht schuin boven me. Er zijn wolken in dier- en lettervormen en vanachter één van hen piept even een zonnestraal tevoorschijn. Zij creëert een lichtspel dat doet denken aan schilderijen uit de zeventiende eeuw, en verdwijnt dan even plotseling als ze kwam. Nederlandse luchten zijn het mooist. Over een klein half uur zal de trein stoppen op een station in het zuiden des lands. Maar ik stap uit ergens midden in het verlaten landschap.
Op mijn gemak wandel ik naar de rand van de uitgestrekte akker die ik straks vanuit de trein zag. Als een zee strekken overvloedige meters aan rulle grond zich uit, keurige voren incluis, de grond variërend van houtachtig leem tot zwaar donkerbruin. Ze is vlak en ik kan haar helemaal overzien, tot aan de rij bomen daar heel in de verte. Een akker, een baken van rust onder een bewolkte lucht. Diep snuif ik de geur van vochtige aarde op, en luister aandachtig. Er is slechts de aangenaam koele wind op een tijdloze plek. Maar verhalen zijn overal, en naarmate ik hier langer ben voert de wind geuren en gebeurtenissen mee uit een tijd van weleer, plant ze in mijn hoofd, en maakt zo enkele waardevolle nieuwe herinneringen aan iets dat ik niet ken, niet kan kennen, maar wel voel.
Mijn vingers graven in de grond en ik laat de aarde van de akker losjes door mijn vingers glijden. Dan sla ik haar op in mijn hoofd. Het is alles dat ik kan doen. Ik sla haar op, zorgvuldig, ergens in de buurt van het speelgoedmuseum en de ui-klank.
Er zijn nog maar weinig plekken zoals jij die beschrijft, waar je echt even alleen bent en waar het vredig is.
BeantwoordenVerwijderen