Overpeinzingen

De overlevering 

Er zijn schepen, van allerlei tuigage, die glorieus door de zeventiende eeuw voeren en tenslotte waardig ten onder gingen. Geleefd, weliswaar, en gepokt en gemazeld, maar vredig. Hun tijd kwam, soms vroeg, soms laat, en alwetend gaven zij zich over. Hun enorme houten rompen rusten op stille zeebodems, hun gebroken masten verspreid als de botten van geraamtes. Kalm liggen zij, althans hun lichamen, verstild in de tijd, hun ziel losgebroken uit haar ketenen. Soms zijn ze überhaupt niet tastbaar meer, omdat ze compleet vergaan zijn, of afgebroken. Zulke schepen zijn nog slechts handgeschreven namen in verbleekte inkt, opgetekend in de registers van weleer. Damiate. Zeven Provinciën. Brederode. Wapen van Amsterdam.

Hoe dan ook, hun ziel is lang geleden al vertrokken uit de tijd. Wat ons rest is, met geluk, een ogenblik, een vreemde lichtflits die we niet kunnen plaatsen, een déjà vu misschien, welke, voordat we werkelijk beseffen, na een luttele seconde weer uitdooft. Deze schepen zijn als dromen die zich te ver in onze herinnering hebben teruggetrokken, waardoor ze onbereikbaar zijn geworden.

M
aar met sommige schepen loopt het slecht af. Hun lot is als een ziekelijke smet, als de afdruk van de bliksem. Zij kunnen zich niet overgeven; hun lichamen noch hun zielen vinden rust. Zij dwalen door de eeuwen, steeds meer vervreemd van hun oorspronkelijke tijd. Het schip uit de legende van de Vliegende Hollander is zo’n schip. Eindeloos doolt zij door de Kaap, nacht in nacht uit, en gaat nimmer voor anker. Flarden smerig, grauw zeil hangen als een macabere versiering om haar rotte masten. Zout zeewater dringt zich naar binnen door haar verweerde flanken. Haar gigantische houten stuurrad draait weliswaar, maar op het dek bevinden zich slechts spookachtige verschijningen. Daarginds, achter de mast, staat de schipper. Hij geeft immer dezelfde toonloze bevelen. Op het overloopdek zwoegt het scheepsvolk, matrozen en scheepsjongens. Hun kledij reeds lang uit de tijd, hun oogkassen hol in hun bleke gezichten, hun ijl gezang verloren gaand in het gejammer van de wind...

Of is het de wind zelf? Is deze spookschuit slechts een hallucinatie, een schimmig hersenspinsel, van hen die zelf door de eeuwen dwalen?

Reacties

  1. Mooi verwoord weer! Ik zie de schepen helemaal voor me, vooral de Vliegende Hollander. Oude schepen hebben sfeer. Ze kunnen zo je dromen in varen...

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja! Waarna je, als je wakker wordt, een vreemd soort herkenning voelt, iets van heel lang geleden, niet echt in hedendaagse termen te vatten..

      Verwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Eerbetoon