Van Het Zwijn
Acryl en waterverf op canvas, 2017-18
Op een steenworp afstand van de jagershut staat de burcht, waar je nu kunt eten in een zaal die nog immer het verleden ademt. Ik kijk mijn ogen uit. Zware tafels van donker eiken. Een manshoge, massieve schouw recht tegenover me -- kijk, men maakt zojuist het vuur aan. Smetteloos witte servetten en tafelkleden, keurig gesteven. Klassieke gerechten met opvallend veel wild. Rood gebakken hertenbiefstuk, hazenpeper met veenbessen, stoof van parelhoen in rode wijn.
Ik zie ook enkele opgezette dieren, waarschijnlijk jachttrofeeën. Hun glazen ogen glanzen vreemd in het gedempte licht van de kroonluchters aan het balkenplafond. Een koningsfazant op een houten voet. Het enorme gewei van een edelhert. Boven de schouw hangt, niet te missen, een zwijnenkop.
Ik gluur naar de vlezig geplooide nek, de dichte vacht. De langgerekte snuit, uitgerust met verweerde slagtanden. De grove, gulzige, grijnzende bek.
Het ene moment kijkt het zwijn guitig de ruimte in. Het andere, heel even, een tikje boosaardig. Als het aan hem lag, was het dan mijn hoofd dat daar hing? Netjes gemonteerd op een met de hand vervaardigd achterschild. Als hij het voor het zeggen had wachtte hij nu misschien wel op de ober.
“Doet u mij de mensenfricandeau. Lekker mals graag.”
Op een steenworp afstand van de jagershut staat de burcht, waar je nu kunt eten in een zaal die nog immer het verleden ademt. Ik kijk mijn ogen uit. Zware tafels van donker eiken. Een manshoge, massieve schouw recht tegenover me -- kijk, men maakt zojuist het vuur aan. Smetteloos witte servetten en tafelkleden, keurig gesteven. Klassieke gerechten met opvallend veel wild. Rood gebakken hertenbiefstuk, hazenpeper met veenbessen, stoof van parelhoen in rode wijn.
Ik zie ook enkele opgezette dieren, waarschijnlijk jachttrofeeën. Hun glazen ogen glanzen vreemd in het gedempte licht van de kroonluchters aan het balkenplafond. Een koningsfazant op een houten voet. Het enorme gewei van een edelhert. Boven de schouw hangt, niet te missen, een zwijnenkop.
Ik gluur naar de vlezig geplooide nek, de dichte vacht. De langgerekte snuit, uitgerust met verweerde slagtanden. De grove, gulzige, grijnzende bek.
Het ene moment kijkt het zwijn guitig de ruimte in. Het andere, heel even, een tikje boosaardig. Als het aan hem lag, was het dan mijn hoofd dat daar hing? Netjes gemonteerd op een met de hand vervaardigd achterschild. Als hij het voor het zeggen had wachtte hij nu misschien wel op de ober.
“Doet u mij de mensenfricandeau. Lekker mals graag.”

Een mooi verwoorde sfeerimpressie. Ik waande me even helemaal daar. Hopelijk beland ik zelf niet aan het spit.
BeantwoordenVerwijderenDank! En leuk dat je even geteleporteerd werd -- mits je levend terugkeert inderdaad ;-) Kom voor de zekerheid maar terug voor het donker wordt.
Verwijderen