Overpeinzingen

Ontmoeting

Een kundig opgezette leeuw trekt mijn aandacht als ik in mijn favoriete winkel ben: de Museumwinkel in Nijmegen. Ik had de koning der dieren weliswaar al eerder gezien door de etalageruit, maar dat was niets vergeleken bij de fascinatie die zich nu van me meester maakt. Op slechts een halve meter afstand van mij zit een leeuw. Het is dichtbij genoeg om hem aan te raken. Dichtbij genoeg om de iets openhangende zwarte bek met krachtige hoektanden te bewonderen. Dichtbij genoeg om de dood in de ogen te kijken. En dat doe ik. Ik word getroffen door een eeuwenoude verbintenis, een vooraf bepaalde verstandhouding die zo gebiedend is dat ik haar klakkeloos accepteer.

Twee berustende roofdierogen, een paar wijze, olijfgroene opalen, maken een gevoel in me wakker dat in de moderne Westerse wereld doorgaans begraven ligt onder een gecultiveerde laag. Het is een primair gevoel van angst, ontzag, en een vreemd soort herkenning. Het is zo intens en zo instinctief dat ik er ongemakkelijk van word. Ik kan de leeuw maar even aankijken, alsof hij, zelfs vanuit de dood, de macht heeft om me te laten voelen dat het aanstaren van een kat hoogst ongepast is.

Om mij heen vervaagt de Museumwinkel langzaam tot een Afrikaanse savanne. Het is nacht. In de oneindige hemel boven me flonkeren de sterren. Ik hoor duizenden cicaden en de roep van een vogel die ik niet ken. Het dorre gras ruist zoals het al eeuwen ruist. De leeuw en ik. Tijd en plaats worden betekenisloos, en tegelijkertijd het verschil tussen leven en dood.

Reacties

  1. Wow, echt mooi geschreven! Ik kan me hier helemaal in vinden. Ik was er natuurlijk ook bij toen we die leeuw zagen en had zelf een soortgelijk gevoel. Echt bijzonder hoe zo'n gevoel instinctief kan ontstaan.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Boooooooh! Heel mooi geschreven!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Eerbetoon